We worden meegenomen naar een lege parkeergarage. Kaal beton waar elke voetstap in de ruimte galmt. Er staat een tribune opgesteld in een halve cirkel. Met in het midden een tafel waar een architect aan zit. Hij vertelt ons dat ze een project hebben opgestart, waarbij een aantal jonge architecten gevraagd zijn om een aantal problemen van de wijk op te lossen. Dit hebben de architecten uitgewerkt in maquettes die zij hier tentoon hebben gesteld. De oplossingen zijn kinderlijk simpel en toch zo effectief. Een monument waar niemand om heen kan, geplaatst op de snelweg. Een skipiste die alleen maar bergafwaarts gaat. Nadat we rustig alle maquettes hebben bekeken worden we weer meegenomen naar de locatie waar de voorstelling zich afspeelt. We lopen de zaal binnen en nemen plaats op de tribune. Het decor bestaat uit een hoop rubber (dat oogt als asvalt) dat op het speelvlak ligt. Hierop staat een orgel en aan het dak hangen groene lijnen met schietloodjes eraan vast. De voorstelling bestaat uit een dialoog tussen een bewoner en de architect. Waarbij er in de diepte wordt gegaan hoe de woning inspeelt op het leven van een mens, in het specifiek het bestaan van deze mens. We merkten dat het lastig was om de voorstelling goed te volgen en precies te begrijpen waar het over ging. We konden ons niet herkennen of verplaatsen in het personage of het verhaal dat er werd verteld. We konden ons de situatie voorstellen, maar wij hadden hier geen persoonlijke binding mee, waarschijnlijk komt dit door onze leeftijd en levenservaring. Als student woon nog je og niet al een langdurig bestaan met een partnerin een vergelijkbare woonsituatie.

Met de Artist In Residence, Rieks Swarte, zijn de tweede jaars van de Opleiding Techniek&Theater naar Antwerpen en Brussel geweest. In Antwerpen spraken ze met beeldend kunstenaar en theatermaker Benjamin Verdonck.
De start van het gesprek was het “Handvest”. Handvest is een brief waarin een schonere en groenere manier van theatermaken wordt beschreven. Benjamins doel is om theaterinstellingen dit handvest te laten ondertekenen en te kijken wat voor een effect dat op het theater heeft.

Het handvest is begonnen met Benjamin’s project “Kalender09”. Kalender was een reeks van acties in de stad Antwerpen, de acties werden eerst uitgevoerd daarna werd er pas gereflecteerd. Dit was een oefening voor Benjamin. Hij stelde zich de vraag “Hoe kan ik direct iets doen met deze omgeving? Wat is de actie die het meest bij mij komt maar ook daadwerkelijk iets veranderd?”

Benjamin heeft het boek “Terra Reserva” van Peter Tom Jones gelezen en wist dat hij het theater groener wilde maken. In het boek staat dat als we gelijkheid over de gehele wereld willen, dat wij, de mensen uit de westerse wereld, negentig procent van onze consumptie moeten inleveren. In het boek wordt ook beschreven hoe je dat zelf thuis kan doen. Dat wordt de low hanging fruits genoemd. Dat houdt in dat je bijvoorbeeld niet meer met de auto gaat, geen gebruik maakt van het vliegtuig, je dak isoleert niet onnodig stookt en vegetarisch eet. Dit heeft natuurlijk een economische invloed. Maar wat zou dat betekenen, negentig procent? “negentig is veel!” wordt er aangevuld door Rieks Swarte. Is dat kunst, vraagt Benjamin zich af. Wat zou er gebeuren als we met negentig procent minder deden? Hij wilde een oefening initieren om te kijken wat mogelijk zou zijn.

Benjamin is vanuit de low hanging fruits verder gegaan. Daarom heeft hij het handvest geschreven. Dit is een handleiding hoe je het theater groener kan maken. Er staat bijvoorbeeld in dat je niet met de auto mag reizen maar alleen met het openbaar vervoer. Geen gebruik te maken van decor of alleen maar decor van materiaal dat al in het bezit is van het gezelschap of schouwburg. Benjamin vraagt instanties om het handvest te ondertekenen en een half jaar lang aan alle regels te voldoen. Met als doel het effect te zien wat er gebeurt als er minder is. Hij heeft het handvest uitgedeeld en veel lezers gehad. Vrij weinig mensen vonden het leuk om de brief te krijgen. Confronterend.

Benjamin maakt als theatermaker deel uit van twee huizen. De Koninklijke Vlaamse Schouwburg(KVS) en het Toneelhuis. De KVS had al een ecogroep, maar daar gaat de kwestie niet om. Het gaat hem om het fundament van de kwestie. De KVS heeft aan al zijn raden gevraagd wat het zou betekenen als ze dit plan, het Handvest, zouden doorvoeren. Wat houdt het in, was de vraag. Bij de promotie zouden ze dan alles in Zwart-Wit printen. Daar gaat het om het teken dat ze dan geven. Hoe worden de posters gelezen? Het gaat verder dan de belasting op het niveau van natuur. Voor reizen zou het inhouden dat ze dan nog maar 2 voorstellingen per jaar zouden kunnen doen. Ze zouden dus allemaal minder moeten doen. Benjamin vertelt tussendoor over wat hij van subsidie vind. “Subsidie is er omdat onze branche economisch niet rendabel is en niet in de huidige structuur past. Subsidie is er om onze branche te ondersteunen, omdat er goede dingen zijn. Subsidie kun je ook gebruiken om te onderzoeken hoe iets in zijn werk gaat. Meer investeren in de rand voorwaarden en dat betekend ook iets.” De conclusie van de KVS is dat ze het niet gerealiseerd krijgen om aan alle regels van Benjamins handvest te voldoen. Dit vindt Benjamin jammer, maar hij is blij dat er in ieder geval onderzoek naar is gedaan. Het toneelhuis heeft een andere “dramaturgie”, zoals benjamin dat noemt. Bij het toneelhuis zijn 6 verschillende theatermakers aangesloten en de dramaturgie van het toneelhuis is het verschil tussen de makers. Daarom kan ook het toneelhuis niet voldoen aan het Handvest van Benjamin.

Het tweede gevolg van Handvest zijn brieven die benjamin heeft ontvangen. Van deze brieven maakt hij een performance. De brieven worden verteld. Het wordt een Theatrale lezing. Hiermee kan hij het thema nog een keer aansnijden. Hij is blij dat er mensen zijn die het Handvest ondertekenen, maar hij vindt het niet zo interessant omdat het om instellingen ging. De structuur moet door de organisatie worden gedrukt. De Scheldapen hebben de brief wel volledig ondertekend. De Scheldapen is een jeugdwerking die vanuit de gemeente meteen werd ondersteunt. Nu is het ‘t belangrijkste alternatieve centrum van Antwerpen. Benjamin is blij dat ze het hebben ondertekend. Hij volgt ze, in boekjes en heeft interviews met ze.

Rieks begint over de KVS die milieu als belangrijk punt hebben staan op de site. Benjamin legt uit: “De KVS heeft als dramaturgie genomen, wat is onze plek in de stad/Belgische wereld? En dat is milieu. Het milieuprobleem is een uitwas van ons economisch godsdienstig model. Milieu alleen zien helpt niet. Je moet alles zien, hoe wij in het leven staan. Het is een tijd om te handelen.” De KVS was dus al bezig met economischer worden en groener zijn. Benjamin geeft het een boost.

Ga je handvest nog een keer doen?
“Nee!” Zelf doet hij het altijd al. Geen auto gebruiken en hij is vegetariër en hij gaat zorgvuldig om met electra. Nu heeft hij gevraagd om andere dat ook te doen en dat is zijn kunstwerk. Opera is een statement voor kunst. Hij wil mensen met beide benen op de grond krijgen. Het hoeft niet altijd zo groot. Je kan ook “goedkoper componeren”.

Wil je door middel van Handvest het publiek iets duidelijk maken of de instantie?
“Het soort werk dat men maakt spreekt het publiek aan. Het effect dat het heeft spreekt het publiek aan en daardoor komt het bij het publiek. Sensibilisering is niet mijn taak. Het moet geen reclame campagne worden.” Het is een experiment. Wat voor product krijg ik als ik me hieraan overgeef? Vanuit het basis idee: Wat is minder?

Wat is er met jou gebeurt?
Hij probeerde om niet naar gerefereerd te worden als de groene nicht. Hij vroeg zich af of hij dit wel moest doen. Hoge bomen vangen veel wind en hij kan ook niet altijd voldoen aan zijn ideaal. Soms moet iets omdat het niet anders kan. Kunst is pogen, proberen en oefenen. Net als het leven. Hij staat als kunstenaar niet buiten de samenleving. Hij is er niet om als politie agent rond te lopen en iedereen op zijn fouten te wijzen. Hij is net zo schuldig, daarmee is inconsequentie niet erg.
Wat is de werkelijke impact van iets? De studie is nog niet rond. Het is oneindig in zijn mogelijkheden. We moeten beginnen met het besef dat we veel hebben en dat minder moet. Met alles.

Benjamin komt met een voorbeeld van een voedsel collectief. Mensen die samen voedsel verkrijgen en verdelen. Er is dan geen winst meer. Er wordt niet meer gemaakt dan nodig is. “Is winst dan slecht?” wordt er gevraagd. “Niet perse. Winst stimuleert. Het zorgt voor lagere prijzen en hogere kwaliteit.” “Hoe hou je het doel dan goed voor ogen?” “Pluktuinen doen het samen” zegt hij. Benjamin vindt het interessant om dingen samen te doen. “We hebben kapitalistische ideeën. Door nee te zeggen voeren we actie. We doen niets. Niet met stenen gooien, ook niet schieten.” “Is het antwoord dan terug naar kleinschaligheid?” “nee, ook niet. Dat is het resultaat van de bewustwording.”

“Hoe breng je het samen met het volk?” Benjamin weet het ook niet. Hij is pessimistisch van aard en zegt dat het nooit gaat lukken. Het gaat alleen maar lukken als er crisis komt, maar de crisis moet wel zachtjes komen. Je moet beginnen met veranderen vanuit ons huidige sociale systeem. Je hebt je burgerlijke verantwoordelijkheid en als kunstenaar verhoud je je daartegen. Hij zegt niet van “dit mag niet en dat mag niet”. Als het nodig is om vlees te kopen om iets duidelijk te maken dan moet je dat doen.

“Als je in Antwerpen over de Meir loopt en je ziet de consumptie maatschappij. Wat doet dat met je?” Hij weet niet goed wat hij ervan vindt. Hij wordt er moedeloos van en het kan soms niet anders. “Ik vind ook een Iphone geweldig met alles wat je er allemaal mee kan, maar meer dan bellen doe ik er niet mee.”

“Waar wordt je blij van?”
“ Van mijn 3 kinderen.”

Nadat we de afgelopen tijd uitvoerig hadden meegekeken met de voorbereidingen voor de voorstelling “Pinokkio”, zijn we op vrijdag 2 november met z’n allen naar Utrecht afgereisd om daar het eindresultaat te gaan bekijken. Een paar weken terug waren we al eens bij een doorloop aanwezig geweest, dus het grootste deel van de voorstelling hadden we al in een onaffe versie gezien.
Toch was vandaag echt een andere avond. De zaal zat vol kinderen en hun ouders en de sfeer zat er volledig in. De acteurs speelden met volle energie en de volledige zaal barstte om de haverklap in lachen uit. Het was erg leuk om onze eigengemaakte decorstukken en rekwisieten voorbij te zien komen.

Aansluitend op deze avond kwam een paar weken later de tekstbewerker van deze “Pinokkio”, Ko van den Bosch, langs. Hij vertelde ons over zijn manier van werken en over het contactverloop met Liesbeth, de regisseuse,  en Rieks, de decorontwerper. Pinokkio is van oorsprong geen toneeltekst, maar moest wel tot een voor een regisseur werkbare tekst omgezet worden. Ko vertelde ons hoe hij de spreekstalmeester gebruikte om het theatrale aspect te benadrukken en het stuk te kunnen stuwen. We spraken over de effecten die dit teweeg bracht en hoe dit het ritme van de voorstelling beïnvloed heeft. Rieks, die zelf ook aanwezig was, vertelde weer over hoe hij aspecten van de tekst in zijn vormgeving uitvergrootte. Ook hoe hij in eerste instantie dacht dat hij niet al te romantische beelden moest schetsen vanwegen het ‘ruwere’ taalgebruik van Ko. Hier is hij uiteindelijk op terug gekomen en heeft hij de kracht van zijn eigen beeldtaal toch weer volledig ingezet.
Het bijzondere aan deze ontmoeting was,  dat het de eerste keer sinds lange tijd was dat Ko en Rieks elkaar spraken na het maken van Pinokkio. Hierdoor liepen de gesprekken tussen de twee regelmatig uit op een evaluatie van het maak proces en het resultaat. Voor ons was dit een zeer interessant gesprek om bij te wonen en zo meer inzicht te krijgen in de lagen van een artsitiek proces – theatermaken.

Verslag van Marieke Smits

Cabanon / Huisjes                            

Een huis is meer. Een huis is ook een theater waarin het toneelstuk van het leven zich afspeelt. Een zwarte doos, vol attributen.
Theatermaker, regisseur, acteur en decorbouwer Rieks Swarte (Heemstede, 1949) kwam op uitnodiging van kunstenaar en theatermaker Henk Kraayenzank naar Groningen om er een Cabanon te bouwen naar het voorbeeld van de Cabonon van Le Corbusier.

Met het huisje van Rieks Swarte is van alles aan de hand. Het is, net als bij Le Corbusier, opgebouwd volgens de principes van de gulden Snede, uitgaande van de maat van zijn bewoners (Rieks Swarte is 1,82 meter lang, evenals Le Corbusier). Het bevat ramen, een bibliotheektrap, een schuifwandje met het zicht op een maquette van het schilderij ‘Dodeneiland’ van Arnold Böcklin, haken voor een hangmat, een houtskoolstoofje een met krijt getekend toilet en wasbak met afvoer. Aan de zoldering hangt een antieke, koperen kaarsenluchter zoals we die kennen van het portret van het echtpaar Arnolfini van Jan van Eyck. Een ander luik geeft zicht op een mini- interieur van een vermeerschilderij dat Henk Kraayenzank ooit maakte.

In de Cabanon van Swarte zien we ook hoe Le Corbusier zijn Cabanon baseerde op de plattegrond van het klooster Sankt Gallen.

‘een huis is een abdij, het alfa en omega .  Een huis is een installatie, een zelfportret.
Een huis is een kasteel, een huis is een boek, een huis is een abdij, een huis is een hart, een huis is een Cabanon. Een huis is een machine, zou Le Corbusier zeggen. Een projectie van het Zelf.’

Le Corbusier (1887-1965) ontwierp in 1951 zijn Cabanon, waaraan het woord cabine verwant is. Vijftien vierkante meter groot is het, maar het is een compleet huis met al zijn functies. Le Corbusier bouwde het vlak bij zee, bij Nice, op Cap Martin. De Cabanon gaf tevens een kijkje in de leefwereld en de manier van denken van deze beroemde architect.

“a Machine to live in” – Le Corbusier

Schnappschuss (2013-01-06 16.01.30)

De cabanon van de studenten / de huisjes

Geïnspireerd op het principe ‘Gaint house of cards’ van Architect en ontwerpers duo Charles en Ray Eames (1907 – 1978) heeft de hele OTT 2 klas zijn eigen persoonlijke huisje gemaakt.
Iedere student ontwierp eerst een eigen bouwsteen.
Deze bouwstenen werden net als de kaarten van het ‘Giant house of cards’, voorzien van persoonlijke afbeeldingen. Door middel van de verschillende afbeeldingen op de bouwstenen ontstond er een zelf portret in de vorm van een huis.
Het huisje van Rieks werd, samen met de persoonlijke huisjes van de klas, op 21 juni 2012 gepresenteerd. Deze presentatie werd tevens als aftrap van de Artist in Residence periode gezien.

Verslag van Neal Groot

Verder zijn hier fotos van de tentoonstelling en de Kickoff te vinden.